FAQ

Het gebruik van Baby & Kindergebaren zal de spraakontwikkeling niet verstoren of vertragen. Uit Amerikaanse onderzoeken blijkt dat door het gebruik van gebarentaal de spraak versnelt kan ontwikkelen. Doordat je kind een gesproken woord en gebaar als geheel kan opslaan in het brein, wordt het concept van de context of situatie versterkt. Hierdoor ontwikkelt je kind een grotere woordenschat. Als je kind terug gaat gebaren wordt er een start gemaakt met de actieve woordenschat. Zodra je kind motorisch in staat is om te spreken, zal het de woorden die al opgeslagen liggen in het brein door het gebruik van gebaren sneller kunnen gebruiken.

Hiervoor zijn diverse redenen te noemen: door gebruik te maken van Baby & Kindergebaren bij je horende kind, zal de taalverwerving in een vroeger stadium starten. Doordat je kind een gesproken woord en gebaar als geheel kan opslaan in het brein, wordt het concept van de context of situatie versterkt. Hierdoor ontwikkelt je kind een grotere woordenschat. Daarnaast ben je eerder in staat om met je kind te communiceren, aangezien een kind al vanaf acht maanden in staat is om terug te gebaren. De gesproken taal volgt pas later, aangezien de fijn motorische vaardigheden (voor articulatie / uitspraak) pas later ontwikkeld zijn. Een goede ouder – kind interactie wordt als belangrijke voorwaarde gezien voor het goed verlopen van het taalverwervingsproces bij kinderen. Doordat je met Baby & Kindergebaren al in een vroeger stadium met je kind kunt communiceren, stimuleer je de taalontwikkeling en versterk je de band tussen ouder en kind. Je kind zal ervaren dat hij / zij begrepen wordt. Hierdoor zal frustratie verminderen en zelfvertrouwen toenemen. Maar bovenal geeft het gebruik van Baby & Kindergebaren begrip, rust en gezelligheid!

Je kunt al beginnen met het gebruik van Baby & Kindergebaren als je kind net geboren is. Je baby is dan echter nog niet in staat om deze gebaren op te slaan of te gebruiken. Je oefent dan zelf wel alvast met de gebaren, waardoor je later meer vaardig bent. Vanaf ongeveer zes maanden kunnen kinderen associëren. Dit betekent dat kinderen een koppeling kunnen maken tussen een gesproken woord en een voorwerp, persoon, activiteit of situatie. Dit is een geschikt moment om te starten met Baby & Kindergebaren, omdat kinderen gebaren dan kunnen koppelen aan gesproken woorden en de situatie.

Je kunt kijken of je kind klaar is voor Baby & Kindergebaren door onderstaande lijst met voorwaarden te gebruiken en zo vast te stellen of je kind met je wil communiceren. Als je één van deze vragen met “ja” kunt beantwoorden, dan kun je starten met Baby & Kindergebaren!

  • Is je kind tenminste 6 maanden oud?
  • Brengt je kind speelgoed en andere dingen naar je toe en kijkt vragend naar je voor meer informatie?
  • Begint je kind “dag” te zwaaien of in de handen te klappen?
  • Begint je kind “ja” te knikken of “nee” te schudden?
  • Krijgt je kind interesse in plaatjesboeken of vingerspelletjes?
  • Doet je kind bewegingen die jij met je mond of je hoofd maakt, graag na?

Het is belangrijk om te weten dat het nooit te laat is om te starten met Baby & Kindergebaren! Uit onderzoek blijkt dat ook kinderen die pas op hun derde of vierde jaar begonnen zijn, later een voorsprong hebben in hun taalkennis, woordenschat, spelling en leesvaardigheid.

Dat verschilt per kind. Net zoals de algehele ontwikkeling bij ieder kind anders verloopt, zal dit ook zo zijn met Baby & Kindergebaren. Rond zes maanden is een kind in staat om te associëren. Dit betekent dat je kind een koppeling kan maken tussen een gesproken woord en een voorwerp, persoon, activiteit of situatie. Dit is een geschikt moment om te starten met Baby & Kindergebaren, omdat je kind het gebaar dan kan koppelen aan het gesproken woord en de situatie. Vanaf acht maanden is je kind dan in staat om terug te gebaren. Als je kind wat ouder is, kun je al sneller gebaren terug verwachten. Belangrijk is: geef je kind de tijd! Als je kind nog niet terug gebaart, betekent dit niet dat het niets leert. Hij / zij is dan druk bezig om alle woorden en gebaren als concept op te slaan. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo.

Nee. Je ondersteunt de belangrijkste woorden van je gesproken boodschap met een gebaar. Je hoeft dus niet alle woorden die je uitspreekt te gebaren. Je moet wel de gebaren uit de Nederlandse Gebarentaal leren. Deze gebaren zijn eenvoudig aan te leren, je kind kan ze ook leren, dus jij ook!

Het kan zijn dat je kind net een ‘sprongetje’ maakt in zijn ontwikkeling, waardoor hij / zij zich meer fysiek dan communicatief ontwikkelt (je kind gaat bijvoorbeeld kruipen, staan of lopen). Ook zijn sommige kinderen meer motorisch ingesteld, anderen juist meer communicatief. Bij kinderen die meer fysiek ingesteld zijn kan het wat langer duren voordat ze terug gaan gebaren. Geef niet op, ga gewoon door met gebaren. Geef je kind de tijd om in zijn eigen tempo te ontwikkelen. Het komt vanzelf!

Zeker niet! De spraak – taalontwikkeling van kinderen verloopt in een vlot tempo. In de taalgevoelige periode (0 – 7 à 9 jaar) is het belangrijk om kinderen zoveel mogelijk ervaring op te laten doen met taal. Als kinderen beginnen met praten is een rijk taalaanbod dan ook van groot belang om de taalontwikkeling te stimuleren. Juist de ondersteuning van belangrijke of nieuwe woorden en concepten met Baby & Kindergebaren maakt dat kinderen beter in staat zijn deze nieuwe woorden en concepten goed op te slaan. Hiermee verbetert de taalvaardigheid van kinderen en kunnen ze goede communicatieve vaardigheden ontwikkelen. Daarnaast kunnen Baby & Kindergebaren als vertaling of verklaring dienen voor de woorden die je kind nog niet goed kan uitspreken. Zo voorkom je misverstanden!

Joseph Garcia heeft in 1987 als eerste onderzoek gedaan naar “Gebaren met je baby”. Hij concludeerde dat baby’s die vanaf zes maanden (of eerder) regelmatig in aanraking komen met gebarentaal, al vanaf acht maanden na hun geboorte in staat zijn om te communiceren door middel van gebaren. Langdurig onderzoek werd gedaan aan de Universiteit van Californië door Drs. Linda Acredolo en Susan Goodwyn. Het onderzoek, dat kinderen tot hun achtste jaar volgde, wees uit dat het gebaren met baby’s veel voordelen heeft, onder meer het versterken van de ouder – kind relatie, verhoogde belangstelling voor boeken, verbeterde ontwikkeling van gesproken taal en hogere IQ’s. Aanvullend onderzoek is nog steeds gaande aan de Ohio State University. In 2007 hebben Michelle Anthony en Reyna Lindert (ontwikkelingspsychologen) onderzoek gedaan naar Babygebaren en de relatie tot vroege communicatie en gesproken taalontwikkeling. Resultaten van deze studie: vergeleken met de standaard taalontwikkeling van kinderen hebben gebarende kinderen aanzienlijk meer communicatieve en taalvaardigheden.

Jazeker! In de taalgevoelige periode staan kinderen optimaal open voor talige invloeden van ouders en/ of verzorgers. Als er twee talen worden gesproken, kunnen Baby & Kindergebaren als neutrale taal gebruikt worden. Op deze manier kun je een brug slaan tussen de twee talen en leren kinderen beide talen met ondersteuning van de neutrale gebarentaal.

Doordat gebaren worden gekoppeld aan de gesproken boodschap wordt zowel de rechter (visuele informatie) als linker (talige informatie) hersenhelft gestimuleerd. Hierdoor kan je kind de gesproken en visuele informatie als geheel opslaan in het brein. Het woord ligt dan opgeslagen met al zijn kenmerken (woordvorm, betekenis, gebaar). Deze multisensoriële benadering zorgt ervoor dat woorden eerder worden herkend en sneller worden geïntegreerd in de communicatie.

Probeer gebaren altijd in verschillende situaties te gebruiken. Het kan zijn dat je onbewust de meeste gebaren hebt ingezet tijdens de eetsituatie. Probeer de gebaren vanaf nu ook in te zetten in andere situaties. Kijk daarbij ook goed naar de interesses van je kind en probeer vanuit deze interesse ook nieuwe gebaren te introduceren. Probeer aan de kindgeoriënteerde gebaren ook oudergeoriënteerde gebaren te koppelen, waardoor je een evenwichtige interactie kunt bewerkstelligen.

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier. De motorische ontwikkeling zal bij het ene kind sneller verlopen dan bij het andere kind. In het begin zijn kinderen nog niet in staat om de motoriek zo af te stemmen dat het de precieze gelijkenis heeft met het bedoelde gebaar. Kijk daarom goed naar je kind en naar de context / situatie waarin je kind het gebaar maakt. Op deze manier kun je afleiden wat je kind bedoelt. Laat het gebaar zien en probeer dan samen met je kind het juiste gebaar te maken (zijn / haar handjes gebruiken).

Als je kind eenmaal zijn / haar eerste gebaar heeft gemaakt, ben je natuurlijk trots en word je enthousiasme meer aangewakkerd. Helaas betekent dit niet dat je kind nieuwe gebaren ook direct zal gaan gebruiken. Na het eerste gebaar volgt meestal eerst een periode van ‘rust’. Het duurt dan soms een paar weken voordat je kind het gebaren weer oppakt. Heb geduld, het komt vanzelf. Blijf wel gebaren, want je kind zal wel doorgaan met het leren en opslaan van de gebaren en de hieraan gekoppelde woorden. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo, dus het komt vanzelf weer. Houd de moed erin!

Probeer altijd te kijken of het gebaar te vinden is in de Nederlandse Gebarentaal (je kunt hiervoor gebarentaal woordenboeken gebruiken, bijvoorbeeld in de vorm van een app: iSignNGT Gebarenwoordenboek van het Nederlands Gebarencentrum). Mocht dit niet het geval zijn dan kun je zelf een gebaar bedenken dat past bij het doelwoord. Let er wel op dat je dit gebaar communiceert naar de omgeving van je kind, zodat alle betrokkenen weten wat de betekenis is van het gebaar. Op deze manier kan het gebaar adequaat toegepast en geïntegreerd worden.